Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verdachte] ,
Tenlastelegging
in de zaak met parketnummer 18-210825-20:
Beoordeling van het bewijs
1die de daartoe redengevende feiten en omstandigheden bevatten, het volgende vast.
2
3Zij zag voor de politieauto een lichtgekleurde auto rijden. [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] zijn over de Professor Wassenberghstraat gelopen. [slachtoffer 2] liep stapvoets in de richting van de kruising met de Professor Venemastraat. Zij liep rechts op de rijbaan en links van haar liep [slachtoffer 3] . Ineens kwam de lichtgrijze auto, een Peugeot, van rechts door de binnenbocht op haar afrijden. Zij zag dat de Peugeot nagenoeg stopte of heel langzaam rollend vanuit de bocht doorkwam. Zij realiseerde zich dat zij in de weg van de auto stond. Op dat moment zag en hoorde zij dat de Peugeot weer in beweging kwam in haar richting. Zij zag dat hij niet voor haar ging stoppen. Vanuit stilstand/langzaam rollend verhoogde de bestuurder zijn snelheid. De afstand tussen haar en de Peugeot was maximaal 5 meter. [slachtoffer 2] wist dat als zij op dat moment niet zou maken dat zij wegkwam, zij door de Peugeot aangereden zou worden. Er was niet veel ruimte om weg te komen, enkel een trottoir. [slachtoffer 2] is gesprongen of zij heeft zich naar rechts laten vallen, dit was net op tijd. Toen zij op de grond lag, kwam de zijkant van de Peugeot op enkele centimeters langs haar gezicht en armen. Zij trok snel haar kin op de borst en trok haar armen en benen in zodat zij zo klein mogelijk was en de minste kans had om geraakt te worden. De Peugeot kwam zo dichtbij dat zij zich nog levendig kan herinneren wat zij zag, namelijk de onderkant van het voorportier en de dorpel.
4[slachtoffer 2] was erg geschrokken en voelde bij het vallen een scherpe pijn aan beide knieën. Zij zag dat op beide knieën een forse bloeduitstorting kwam en dat er diverse schaafplekken zaten. Zij weet zeker dat als zij niet aan de kant was gesprongen toen de Peugeot optrok, de auto haar aangereden zou hebben.
5
6
7
Bewezenverklaring
- meermalen een stopteken gegeven door een aan een politievoertuig aangebracht verlichttransparant te negeren en
- op de Hertog van Saxenlaan (gedeeltelijk) op de weghelft voor het tegemoetkomende verkeer terijden ten gevolge waarvan het tegemoetkomende verkeer hard moest remmen en
- meermalen aanzienlijk de toegestane maximumsnelheid binnen de bebouwde kom te overschrijden,immers reed verdachte op de Professor U. Hubertstraat met een snelheid van ongeveer 60 km/u waar een maximumsnelheid van 30 km/u was toegestaan en
- op de Professor Wassenberghstraat door te rijden, terwijl er twee personen ( [slachtoffer 2] en[slachtoffer 3] ) op de weg stonden en er onvoldoende ruimte was om doorgang te vinden, door welke gedraging voornoemde personen moesten uitwijken en/of wegspringen om niet te worden aangereden door verdachte en
- op de Professor Holwardastraat het voertuig plotseling te stoppen en (deels) op het trottoir teparkeren, door welke gedragingen van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt en het verkeer op die weg werd gehinderd;