Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.De verdere procesgang
- het tussenvonnis van 13 april 2021 waarbij een mondelinge behandeling is gelast;
- de op 9 september 2021 door [gedaagde conventie eiser in voorwaardelijke reconventie] ingediende nadere producties;
- de op 15 september 2021 ingediende conclusie van antwoord in reconventie;
- de mondelinge behandeling op 29 september 2021 in aanwezigheid van partijen ([eiser conventie, gedaagde voorwaardelijke reconventie] deugdelijk vertegenwoordigd) en hun gemachtigden.
2.De feiten
3.De vorderingen en de verweren daartegen
conventievordert zij een en ander.
voorwaardelijke reconventievordert [gedaagde conventie eiser in voorwaardelijke reconventie] vergoeding van geleden schade, door hem begroot op € 2.679,50 dan wel € 2.371,25.