Eiseres, een woningcorporatie, kreeg voor de jaren 2014, 2015 en 2016 aanslagen rioolheffing opgelegd door de heffingsambtenaar van de voormalige gemeente De Marne en later de gemeente Het Hogeland. Eiseres stelde dat deze aanslagen onterecht waren omdat vergelijkbare objecten, zoals 548 buitengebiedobjecten en 68 garageboxen binnen de bebouwde kom, niet in de heffing waren betrokken, wat volgens haar een schending van het gelijkheidsbeginsel betekende.
De rechtbank nam de feiten aan dat de 548 buitengebiedobjecten geen aansluiting hadden op de gemeentelijke riolering en daarom terecht niet werden belast. De 68 garageboxen echter waren wel aangesloten en hadden een directe hemelwaterafvoer. De rechtbank oordeelde dat deze garageboxen vergelijkbaar waren met de percelen van eiseres en dat het begunstigend beleid ten aanzien van deze garageboxen een schending van het gelijkheidsbeginsel vormde.
De rechtbank verwierp het verweer van verweerder dat sprake was van een verkeerde juridische interpretatie of fouten in de uitvoering, omdat verweerder bewust had afgezien van heffing bij deze garageboxen om onrechtvaardige dubbele aanslagen te voorkomen. Dit begunstigend beleid was niet gerechtvaardigd en leidde tot ongelijkheid.
Daarom vernietigde de rechtbank de aanslagen rioolheffing voor alle jaren 2014, 2015 en 2016 en de uitspraken op bezwaar. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres. De overige gronden van eiseres werden niet meer behandeld vanwege het gegrond verklaren van het beroep op het gelijkheidsbeginsel.