Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst/kantoor Almere, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Alles overwegende, in onderling verband en samenhang bezien, is de rechtbank van oordeel dat kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 1 ten laste gelegde witwassen door een geldbedrag van € 2.000.000,00 voorhanden te hebben gehad, te verbergen en te verhullen.
Het OM meent dat het geld niet van verdachte is en ook niet van [X] , wie de eigenaar is van het geld hoeft natuurlijk ook niet vast komen te staan. En dat wordt in de meeste gevallen ook niet vastgesteld. Het gaat erom of sprake is van “fout” geld, misdrijfgeld, en in dit geval de wetenschap van verdachte over de aanwezigheid van het geld in de ambulance. In de optiek van het OM is sprake van misdrijfgeld gelet op hetgeen hiervoor is aangehaald.”
Ik zal alsnog rekening houden met het door u aangegeven verlies van € 6.396
De inspecteur heeft u de aanslag inkomstenbelasting / premie volksverzekeringen 2016, nummer [BSN eiser] .H.66.01, opgelegd. Deze aanslag blijkt te hoog te zijn vastgesteld. Als gevolg hiervan is de aanslag verminderd met € 3.478.”
Ik heb op 13 april 2021 in het kader van het hiervoor genoemde verzoek, de volgende systemen geraadpleegd:
Ik heb op 13 april 2021, in het kader van het hiervoor genoemde verzoek, de volgende systemen geraadpleegd:
- DOSHISTORIE (DOS Archief)
- BBA (Belastingdienst brede Berichten Administratie)
- DAS (Digitaal Archief Systeem)
- ZP05 (SAP Dispositielijst)
- VA03 (SAP Verkooporderoverzicht)
aangebodenaan één van beide postbedrijven, maar dat een stuk waaruit blijkt dat deze partij ook daadwerkelijk door één van beide postbedrijven is opgehaald, ontbreekt. Ter zitting heeft verweerder verklaard dat een dergelijk stuk er niet is. Ook is niet duidelijk
welkpostbedrijf eisers uitnodiging zou hebben meegenomen, aangezien de partij van 200.000 stuks kennelijk aan twee postbedrijven (tegelijk) is aangeboden. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat in het licht van de betwisting door eiser van de ontvangst van de uitnodiging tot het doen van aangifte IB/PVV 2016, verweerder niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij deze heeft verzonden [1] .
aangebodenaan POSTNL, maar dat een stuk waaruit blijkt dat deze partij ook daadwerkelijk door POSTNL is opgehaald, ontbreekt. Ter zitting heeft verweerder verklaard dat een dergelijk stuk er niet is.
‘door een geldbedrag van € 2.000.000,00 voorhanden te hebben gehad, te verbergen en te verhullen.’(1.3.). De rechtbank leest hierin niet, ook niet impliciet, dat de strafrechter heeft geoordeeld dat het geldbedrag van € 2.000.000 eigendom van eiser was of dat hij op de een of andere manier verdiensten of inkomsten heeft gehad die de aanwezigheid van het bedrag in de ambulance verklaren. Ook de officier van justitie ging er niet van uit dat het geld van eiser was (1.4.). De strafrechter heeft eiser verweten dat hij wel wist dat dit bedrag in de ambulance lag, en ook best wist dat het crimineel geld was. Ook als deze rechtbank daar van uit zou gaan, is dat niet genoeg om aannemelijk te achten dat eiser dit (hele) bedrag in 2016 heeft verdiend.