ECLI:NL:RBNNE:2021:3361
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen afwijzing proceskostenvergoeding in belastingzaak
Verweerder bracht vervolgingskosten van €17 in rekening bij eiseres op de aanslag IB/PVV 2015. Eiseres verzocht via haar gemachtigde om schrapping van deze kosten vanwege eerder verleend uitstel van betaling. Verweerder kwalificeerde dit verzoek als bezwaar en schortte de vervolgingskosten op. Na de uitspraak op bezwaar verzocht eiseres om proceskostenvergoeding, welke verweerder afwees wegens te late indiening.
Eiseres stelde ruim zes maanden na de uitspraak op bezwaar beroep in bij de rechtbank. De rechtbank oordeelde dat de termijn voor het indienen van beroep zes weken bedraagt en dat deze termijn op 8 mei 2020 eindigde. Het beroep van eiseres, ingediend op 19 oktober 2020, was derhalve te laat.
De rechtbank verwierp het verweer van eiseres dat correspondentie tussen partijen de termijnoverschrijding zou rechtvaardigen. De gemachtigde was zich bewust van de termijn, zoals blijkt uit zijn verzoek om spoedige medewerking. Het beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard. Tevens wees de rechtbank het verzoek om immateriële schadevergoeding af, omdat nog geen twee jaar waren verstreken sinds ontvangst van het bezwaar.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.