ECLI:NL:RBNNE:2021:2979
Rechtbank Noord-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen sluiting woning wegens drugsgerelateerde overlast
Op 18 maart 2021 trof de politie in een woning ongeveer 3,5 gram harddrugs aan, waaronder amfetamine en MDMA, samen met een digitale weegschaal en henneprestanten. Daarnaast waren er tussen januari 2017 en mei 2021 29 meldingen van overlast gerelateerd aan de woning, waarbij een verband met drugsgebruik of handel werd vermoed.
De burgemeester legde op grond van artikel 13b van de Opiumwet een last onder bestuursdwang op, waarmee de woning voor zes maanden werd gesloten. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening, die op 8 juli 2021 werd behandeld.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de hoeveelheid harddrugs en de aanwezigheid van een weegschaal duiden op een handelshoeveelheid, wat de bevoegdheid tot sluiting rechtvaardigt. Hoewel verzoeker stelde dat de overlast gering was en niet aan hem toe te rekenen, was er sprake van een ernstige situatie door de langdurige overlast en het verband met drugshandel.
Verzoeker voerde aan dat sluiting disproportioneel zou zijn vanwege hulpverlening, mogelijke dakloosheid en contact met zijn kinderen. De voorzieningenrechter vond dat het algemeen belang van de openbare orde en de leefbaarheid van de buurt zwaarder woog. De sluiting zou niet eerder ingaan dan twee weken na de uitspraak om verzoeker tijd te geven woonruimte te vinden.
Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen, en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de woning wordt afgewezen en de sluiting gaat niet eerder in dan twee weken na de uitspraak.