Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.[A] ,
[B],
1.De procedure
- het vonnis van 4 november 2020 in het incident, waarbij de provisionele vordering van Imbo is afgewezen met veroordeling van Imbo in de kosten van het incident;
- de conclusie van antwoord, van de zijde van [A] c.s.;
- het tussenvonnis van 6 januari 2021, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 12 april 2021;
- de akte overlegging en uitlating producties van 27 april 2021, van de zijde van Imbo;
- de antwoordakte van 12 mei 2021, van de zijde van [A] c.s.;
- de brief van mr. Bangma van 11 mei 2021;
- de brief van mr. Dijkstra van 19 mei 2021;
- het verzoek van mr. Bangma van 26 mei 2021 tot het toestaan van een nadere conclusie of akte, en het daartegen op dezelfde roldatum door mr. Dijkstra gemaakte bezwaar;
- de rolbeslissing van 26 mei 2021 tot afwijzing verzoek om nadere conclusie of akte.