ECLI:NL:RBNNE:2021:1926
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek dienstongeval na val tijdens kantoorwerkzaamheden op politiebureau
Eiser, een politieambtenaar, is op 10 maart 2020 tijdens kantoorwerkzaamheden op het politiebureau gestruikeld en gevallen doordat de liftvloer circa 15 centimeter lager stond dan de verdiepingsvloer. Hij liep hierbij rugletsel op en verzocht zijn werkgever, de korpschef van politie, het ongeval als dienstongeval aan te merken. Verweerder weigerde dit, omdat het ongeval niet voldeed aan de definitie van een dienstongeval zoals opgenomen in het Besluit algemene rechtspositie politie (Barp).
Eiser stelde dat het defect aan de lift een verhoogd risico vormde dat verband hield met zijn werkzaamheden. De rechtbank overwoog dat een dienstongeval vereist dat het ongeval in overwegende mate zijn oorzaak vindt in de aard van de opgedragen werkzaamheden of bijzondere omstandigheden waaronder deze moesten worden verricht. Hoewel het defect aan de lift een bijzondere omstandigheid was, was deze niet inherent aan de werkzaamheden en kon het ook op andere kantoren voorkomen.
De rechtbank concludeerde dat kantoorwerkzaamheden in het algemeen geen verhoogd risico op ongevallen met zich meebrengen en dat het ongeval daarom niet als dienstongeval kan worden aangemerkt. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de weigering het ongeval als dienstongeval te erkennen is ongegrond verklaard.