Uitspraak
Artikel 1
De bijdrage kan slechts worden verleend aan natuurlijke personen en rechtspersonen, indien:
Zij als bedrijfshoofd op het tijdstip van de indiening van de aanvraag voor eigen rekening en risico als eigenaar (…)een landbouwbedrijf exploiteren met als zodanig in gebruik zijnde bouwland;
De bijdrage bedraagt het equivalent in Nederlandse guldens op het tijdstip van uitbetaling van de bijdrage van:
De bijdrage wordt aan het einde van elk jaar (…) uitbetaald (…).”
Aan de bebossing is de voorwaarde verbonden dat de betrokken grond op bosbouwkundig verantwoorde wijze met hoog produktieve boomsoorten moet worden beplant.
onderwerp
Op dit moment heeft u 3 (verschillende) set-aside aanvragen:
SA 01/02/0243Z
SA 03/02/0116
SAW 01-02-1992-0119/Z
bosbouwvrijstelling/ land-
totaal
Gebeld met [instantie] van bel.pl. op vakantie. In de V&W wordt een bedrag van € 180.321 onder waardeverandering activa aangegeven. In IKB geen maatschap bekend.
landbouwgrond (tijdelijk bos)”of “
erf en tuin (tijdelijk bos)”. De verkoopprijs bedroeg € 1.885.310, oftewel € 50.000 per hectare, zijnde de prijs voor cultuurgrond. De boekwinst bedroeg € 1.701.564. In de akte van levering staat verder onder meer:
Verkoper heeft het verkochte gebruikt als landbouwgrond voor het telen van boomgewassen in het kader van de zogenaamde set-aside regeling, hetgeen partijen zien als het normale gebruik.
Deze taxatie betreft een : Volledige taxatie WEV, waarbij de WEV
B. DOEL VAN DE TAXATIE
U kunt zich herinneren dat u met [naam 6] telefonisch overlegd heeft over de boekwinst inzake ruim 9 ha. In afwijking op wat in bijlage 32 is opgenomen, heeft u niet gemeld dat de boekwinst betrekking had op verkoop van ruim 9 ha. U was zelf betrokken geweest bij o.a. de jaarrekening 2010/2011 en wist dat de ruim 9 ha niet was verkocht maar “naar privé was overgebracht vanwege verpachting van dat land”. Dat is met [naam 6] besproken. Vervolgens heeft u op 12 december 2014 het rapport 2010//2011 aan [naam 6] gemaild.
Blz. 10:
De activiteiten van | [eiser] , gevestigd te [plaats] , bestaan voornamelijk uit bosbouwactiviteiten.
Blz. 13:
Subsidie braaklegging productiebossen
Blz. 14:
In totaal is een bedrag van € 40.758 subsidie vooruitontvangen ten behoeve van
Blz. 15:
Subsidie bos (4%)
Braakpremie productiebos
Blz. 18:
Privé-opname
agrarisch” naar “
niet-agrarisch”, maar van “
korte braak” naar “
langjarige braak ten behoeve van de teelt van bomen”. Op grond van het voorgaande vindt eiser dat hij de grond steeds als landbouwgrond is blijven gebruiken. Van een sfeerovergang naar bosbouwgrond is geen sprake geweest. Op de boekwinst van de grond is dan ook de landbouwvrijstelling van toepassing, aldus eiser.
1. Tot de winst behoren niet voordelen uit landbouwbedrijf ter zake van waardeverandering van gronden - daaronder begrepen de ondergrond van gebouwen - voor zover de waardeverandering van de grond is toe te rekenen aan de ontwikkeling van de waarde in het economisch verkeer bij voortzetting van de aanwending van de grond in het kader van een landbouwbedrijf, en niet is ontstaan in de uitoefening van het bedrijf.
nooit over belastingen gesproken, maar wel verteld dat je als deelnemer landbouwer bleef en geen bosbouwer werd”, aldus eiser.
bosbouw/land-bouwvrijstelling” geselecteerd. Welke van de twee vrijstellingen in de ogen van eiser van toepassing was, blijkt daaruit niet. Ook de overige stukken bieden naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende concrete aanwijzingen voor eisers stelling dat hij de boekwinst op de onttrokken grond onder de landbouwvrijstelling heeft willen brengen. Dat verweerder wist dat er bomen op die betreffende onttrokken grond stonden heeft eiser, gelet op de gemotiveerde betwisting, niet aannemelijk gemaakt. De betreffende stukken (zie 1.8) bieden naar het oordeel van de rechtbank geen concrete aanwijzingen in die richting. Niet alleen uit de originele aantekeningen van [naam 6] blijkt hiervan niets, maar evenmin is dat aangegeven in de door eiser overgelegde e-mail en jaarstukken. Gelet op het voorgaande heeft eiser naar het oordeel van de rechtbank in het kader van de aangifte IB/PVV 2011 dan ook niet uitdrukkelijk en gemotiveerd aan de orde gesteld dat in zijn ogen de landbouwvrijstelling van toepassing was op de boekwinst op de onttrokken gronden, waarop bomen waren geplant in het kader van de SAR. Dat verweerder (uiteindelijk) de aangifte IB/PVV 2011 van eiser heeft gevolgd, rechtvaardigt daarom niet de conclusie dat verweerder een standpunt heeft ingenomen waaraan eiser voor het vaststellen van de aanslag IB/PVV 2014 vertrouwen kan ontlenen. [2]
er is geen her-plant-plicht”) en de mogelijkheid om dierlijke mest te mogen uitrijden (“
mogelijkheid om mest op/in te brengen”). Verweerder is voor toepassing van de bosbouwvrijstelling uitgegaan van de taxatie van de rijkstaxateur en heeft het bedrag van de vrijstelling bij aanslagregeling IB/PVV 2014 vastgesteld op (€ 490.000
Belanghebbende schrijft hierbij dat de door hem in zijn aangifte aangegeven vrijstelling uit meerdere bedragen heeft bestaan. Deze bedragen zijn door hem naar de Belastingdienst nooit in enige correspondentie gespecifieerd. Ook is er bij bezwaar geen gewag van gemaakt. De nu door belanghebbende genoemde bedragen zijn niet door de inspecteur te verifiëren. (…) Omwille van de voorgang van de procedure kan ik akkoord gaan met het hier door belanghebbende genoemde bedrag van € 21.923. Dit leidt tot het hieronder herrekende inkomensoverzicht: