ECLI:NL:RBNNE:2020:522
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechters wegens vermeende vooringenomenheid bij uitstelverzoek
Op 4 februari 2020 behandelde de meervoudige kamer van de rechtbank Noord-Nederland een wrakingsverzoek van een verdachte tegen de rechters mr. O.J. Bosker, mr. M. Brinksma en mr. M.B.W. Venema. Het verzoek betrof vermeende vooringenomenheid vanwege het niet verlenen van uitstel van de strafzaak ondanks medische klachten van de verdachte. De raadsman van de verdachte voerde aan dat de rechtbank onvoldoende rekening had gehouden met de medische situatie, waardoor de schijn van partijdigheid was gewekt.
De rechtbank oordeelde dat de beslissing een procesbeslissing betrof die uitvoerig en gemotiveerd was genomen, waarbij geen aanwijzingen waren dat deze voortkwam uit vooringenomenheid. De medische verklaring bood geen grond om de zitting uit te stellen. De wrakingskamer benadrukte dat een rechter onpartijdig wordt geacht totdat het tegendeel is bewezen en dat de vrees voor partijdigheid objectief gerechtvaardigd moet zijn.
Gezien de feiten en omstandigheden, waaronder de inhoud van het medisch advies en de motivering van de rechtbank, concludeerde de wrakingskamer dat er geen sprake was van een gerechtvaardigd vermoeden van vooringenomenheid. Het wrakingsverzoek werd derhalve afgewezen en de strafprocedure werd voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de schorsing wegens het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechters is afgewezen wegens het ontbreken van objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.