ECLI:NL:RBNNE:2020:4628
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- M. van den Steenhoven
- G. Eelsing
- T.P. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs ontucht met patiënt in gezondheidszorg
De rechtbank Noord-Nederland behandelde een zaak waarin verdachte werd beschuldigd van ontucht met een patiënt/cliënt in de periode van september 2017 tot januari 2019. Verdachte zou seksuele handelingen hebben verricht met een patiënt die zich aan zijn zorg had toevertrouwd.
De officier van justitie vorderde vrijspraak omdat niet kon worden vastgesteld dat verdachte misbruik had gemaakt van gezag en vertrouwen. De verklaring van het slachtoffer gaf aan dat de handelingen met wederzijds goedvinden plaatsvonden en dat de behandelrelatie hierbij geen rol speelde. De verdediging ontkende de seksuele relatie en stelde dat het bewijs niet voldeed aan het bewijsminimum van artikel 342, tweede lid, Sv.
De rechtbank oordeelde dat het bewijs onvoldoende was omdat de verklaring van het slachtoffer niet werd ondersteund door andere onafhankelijke bewijsmiddelen. De verklaringen van getuigen waren allen indirect en afkomstig van dezelfde bron, het slachtoffer zelf. Ook WhatsApp-gesprekken bevestigden de tenlastelegging niet. Daarom werd verdachte vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van ontucht met een patiënt.