Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verdachte],
Tenlastelegging
Beoordeling van het bewijs
Bewezenverklaring
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Strafbaarheid van verdachte
Strafmotivering
Inbeslaggenomen goederen
Benadeelde partij
1
.[slachtoffer 1], tot een bedrag van:
Toepassing van wetsartikelen
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.
Uitspraak
De rechtbank
Een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren.
[slachtoffer 1]):
[slachtoffer 1]toe en veroordeelt verdachte tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van
€ 10.385,00(zegge: tienduizend driehonderdvijfentachtig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 augustus 2016. Dit bedrag bestaat uit € 385,00 aan materiële schade en
[slachtoffer 1]te betalen een bedrag van
€ 10.385,00(zegge: tienduizend driehonderdvijfentachtig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 augustus 2016, bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling voor de duur van 86 dagen worden toegepast, met dien verstande dat de toepassing van de gijzeling de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit € 385,00 aan materiële schade en
[slachtoffer 1]daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.
[slachtoffer 2]):
[slachtoffer 2]toe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van
€ 22.472,29(zegge: tweeëntwintigduizend vierhonderdtweeënzeventig euro en negenentwintig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 december 2019. Dit bedrag bestaat uit € 472,29,00 aan materiële schade en € 22.000,00 aan immateriële schade.
[slachtoffer 2]gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op
€ 30,74(zegge: dertig euro en vierenzeventig cent).
[slachtoffer 2]voor het overige niet-ontvankelijk. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
[slachtoffer 2]te betalen een bedrag van
€ 22.472,29(zegge: tweeëntwintigduizend vierhonderdtweeënzeventig euro en negenentwintig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf [geboortedatum] 2019, bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling voor de duur van 147 dagen worden toegepast, met dien verstande dat de toepassing van de gijzeling de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit € 472,29,00 aan materiële schade en € 22.000,00 aan immateriële schade.
[slachtoffer 2]daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.