ECLI:NL:RBNNE:2020:3974
Rechtbank Noord-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot beëindiging gezag vader en benoeming grootouders als voogd
Een vijftienjarige minderjarige verzoekt de rechtbank om het gezag van zijn vader te beëindigen en zijn grootouders als voogd aan te stellen. De moeder van de minderjarige is overleden, waarna de vader het gezag uitoefent, maar hij onderhoudt nauwelijks contact met zijn zoon. De minderjarige woont bij zijn grootouders, waar sprake is van ernstig agressief gedrag en problematisch druggebruik, wat leidt tot plaatsing in een gesloten jeugdhulpinstelling.
De rechtbank behandelt het verzoek via de informele rechtsingang, waarbij de minderjarige, zijn vader, grootouders en de Raad voor de Kinderbescherming zijn gehoord. De rechter stelt vast dat de informele rechtsingang wettelijk niet voorziet in het beëindigen van het gezag en benoemen van een voogd. De rechter besluit het verzoek daarom af te wijzen, maar geeft de Raad de opdracht ambtshalve onderzoek te doen naar de noodzaak van een voorlopige voogdijmaatregel.
De rechtbank benadrukt dat wettelijke bepalingen wel mogelijkheden bieden voor gezagswijzigingen tijdens of na echtscheidingsprocedures en voor aanpassing van zorg- en omgangsregelingen, maar niet via de informele rechtsingang. De beschikking wordt uitgesproken door kinderrechter B.R. Tromp op 24 november 2020.
Uitkomst: Het verzoek van de minderjarige om het gezag van zijn vader te beëindigen en zijn grootouders tot voogd te benoemen wordt afgewezen.