Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.[eiser 1] ,
[eiser 2],
1.De procedure
- de dagvaarding d.d. 28 oktober 2020;
- de conclusie van antwoord;
- de mondelinge behandeling van 3 november 2020;
- de pleitnota van [eisers]
Rechtbank Noord-Nederland
In deze zaak vorderden eisers een verbod op de tenuitvoerlegging van een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, waarin zij waren veroordeeld tot verwijdering van een overbouw op het perceel van gedaagde binnen 24 maanden, onder de voorwaarde dat zij maandelijks een gebruiksvergoeding van €20,- aan gedaagde betalen. De gebruiksvergoeding voor oktober 2020 werd enkele dagen te laat voldaan vanwege een vertraagde betekening van het arrest bij hun advocaat.
Gedaagde wilde het arrest direct ten uitvoer leggen wegens deze te late betaling. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat gedaagde misbruik maakte van zijn bevoegdheid tot executie, omdat de omstandigheden buiten de macht van eisers lagen en het arrest een ruime termijn van 24 maanden gaf voor verwijdering. De belangen van eisers bij het handhaven van de overbouw wogen zwaarder dan het geringe belang van gedaagde bij onmiddellijke tenuitvoerlegging.
De rechtbank verbood gedaagde daarom om het arrest ten uitvoer te leggen op grond van de te late betaling van de gebruiksvergoeding voor oktober 2020 en veroordeelde hem in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde wordt verboden het arrest ten uitvoer te leggen wegens te late betaling van gebruiksvergoeding; proceskosten worden aan gedaagde opgelegd.