De rechtbank Noord-Nederland heeft op 29 juni 2020 uitspraak gedaan in een ontnemingsvordering tegen een veroordeelde die zich schuldig heeft gemaakt aan meervoudige oplichting, verduistering en witwassen. De officier van justitie vorderde een bedrag van €381.804,50 aan wederrechtelijk verkregen voordeel, gebaseerd op een rapport dat de directe vermogensvermeerdering en de baten/vruchten daarvan berekent.
De rechtbank bevestigde dat de veroordeelde tussen 2011 en 2014 diverse slachtoffers heeft opgelicht en verduisterd, waarbij het wederrechtelijk verkregen voordeel werd vastgesteld op €381.805,45. Hiervan is €357.444,86 directe vermogensvermeerdering en €24.360,59 baten/vruchten uit onder meer gokwinsten. Een deel van €74.243,57 is gezamenlijk voordeel met een medeverdachte, waarvoor hoofdelijkheid geldt.
De rechtbank legde een betalingsverplichting van €365.790,45 op aan de veroordeelde, rekening houdend met een terugbetaling van €16.015,00 aan een benadeelde partij. Bij niet-nakoming kan gijzeling worden toegepast tot maximaal 540 dagen. De vordering van de officier van justitie werd verder afgewezen. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Noordelijke Fraudekamer.