Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verdachte] ,
Tenlastelegging
Beoordeling van het bewijs
Bewezenverklaring
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Strafbaarheid van verdachte
Strafmotivering
Benadeelde partij
Vordering na voorwaardelijke veroordeling
Toepassing van wetsartikelen
Uitspraak
De rechtbank
een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden.
[slachtoffer 1]gedeeltelijk toe en veroordeelt verdachte tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 24.262,38 (zegge: vierentwintigduizend en tweehonderd en tweeënzestig euro en achtendertig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 december 2017.
[slachtoffer 1]voor het overige niet ontvankelijk. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
[slachtoffer 1]te betalen een bedrag van € 24.262,38 (zegge: vierentwintigduizend en tweehonderd en tweeënzestig euro en achtendertig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 december 2017, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 156 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit € 19.262,38 aan materiële schade en € 5000,00 aan immateriële schade.
[slachtoffer 1]daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.