Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst/kantoor Groningen, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
de fiscale kwalificatie van de realisatie van 14 appartementen in het pand dat is gelegen aan de [a-straat #] te [plaats B] . In het kader van de aanslagregeling inkomstenbelasting over het jaar 2013 is hiervoor informatie opgevraagd en is uiteindelijk een informatiebeschikking afgegeven. Tegen deze informatiebeschikking bent u in bezwaar gekomen.
In verband met het behandelen van uw bezwaarschrift tegen de afwijzingsbeschikking op het verzoek tot wijziging van de voorlopige aanslag inkomstenbelasting, premie volksverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet 2014 van uw cliënte mevrouw [eiseres] , heb ik u op 9 maart 2018 en op 19 april 2018 verzocht om inlichtingen en/of (de inhoud van) gegevensdragers die van belang kunnen zijn voor de belastingheffing van uw cliënte. U hebt niet of niet geheel aan deze informatieverzoeken voldaan.
- De opdrachtovereenkomst tussen uw cliënte en [Bouwadviesbedrijf] ;
- De stukken waaruit blijkt dat [Bouwadviesbedrijf] de in de brief van 9 maart
Alle facturen inzake de verrichte werkzaamheden aan het pand, gelegen aan de
Bouwtekeningen en taxatierapporten van het voornoemde pand, voor zowel de oude,
- De huurovereenkomsten;
- De WOZ-beschikkingen 2013 en 2014.”.
Indien met betrekking tot een op te leggen aanslag, navorderingsaanslag of naheffingsaanslag of een te nemen beschikking niet of niet volledig wordt voldaan aan de verplichtingen ingevolge artikel 41, 47, 47a, 49, 52, en, voor zover het verplichtingen van administratieplichtigen betreft ten behoeve van de heffing van de belasting waarvan de inhouding aan hen is opgedragen, aan de verplichtingen ingevolge artikel 53, eerste, tweede en derde lid, kan de inspecteur dit vaststellen bij voor bezwaar vatbare beschikking (informatiebeschikking). De inspecteur wijst in de informatiebeschikking op artikel 25, derde lid.”
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- vernietigt de informatiebeschikking;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 46 aan eiseres te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.278.