Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[eiseres],
[eiseres],
de Staat,
Rechtbank Noord-Nederland
Deze civiele zaak betreft een vervolg op eerdere procedures over de bewijsregel van de Hoge Raad inzake de nauwkeurigheid van bemonstering van meststoffen. De rechtbank bevestigt dat de vordering van eiseres zich uitsluitend richt op de verfijnde mineralenheffing en dat alleen mest met specifieke codes (41, 41a, 44 en 44a) relevant is.
De rechtbank overweegt dat algemene onderzoeken anders dan IMAG I en II niet geschikt zijn om bewijs te leveren in deze context, omdat zij niet voldoen aan de door de Hoge Raad geformuleerde bewijsregel. Ook het onderscheid tussen handmatige en automatische bemonstering wordt verworpen, omdat onvoldoende is gemotiveerd waarom alleen handmatige bemonstering relevant zou zijn.
Uiteindelijk wordt de Staat veroordeeld om de betreffende convenantdeelnemers als bezwaarmakers te erkennen of hen alsnog de mogelijkheid te bieden bezwaar te maken en bewijs te leveren conform de Hoge Raad bewijsregel. De proceskosten worden gecompenseerd zodat elke partij haar eigen kosten draagt. De vordering wordt slechts voor een beperkt aantal deelnemers toegewezen, het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: De Staat wordt veroordeeld om convenantdeelnemers met mestcodes 41, 41a, 44 en 44a als bezwaarmakers te erkennen en hen de mogelijkheid te bieden bezwaar te maken en bewijs te leveren.