Verzoeker werd strafrechtelijk vervolgd wegens betrokkenheid bij poging tot inbraak en bezit van een vuurwapen. Tijdens een zitting in juli 2019 werd namens verzoeker verzocht een medeverdachte als getuige te horen, maar dit verzoek werd afgewezen omdat er volgens de strafkamer voldoende aanwijzingen waren voor de betrokkenheid van verzoeker.
Verzoeker diende vervolgens een wrakingsverzoek in tegen de rechters van de strafkamer, stellende dat de motivering van de afwijzing van het getuigenverzoek de schijn van vooringenomenheid wekte. De rechtbank beoordeelde het wrakingsverzoek op ontvankelijkheid en inhoudelijk, waarbij werd vastgesteld dat het verzoek tijdig was ingediend na kennisname van het proces-verbaal.
De rechtbank overwoog dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn, maar dat dit vermoeden kan wijken bij zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid. De motivering van de strafkamer, waarin werd aangenomen dat verzoeker betrokken was ondanks zijn ontkenning, wekte de schijn van vooringenomenheid omdat de inhoudelijke behandeling nog niet had plaatsgevonden.
Daarom werd het wrakingsverzoek toegewezen en werd de beslissing onverwijld aan verzoeker medegedeeld. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.