ECLI:NL:RBNNE:2019:3937

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
18 maart 2019
Publicatiedatum
20 september 2019
Zaaknummer
C/17/165539 KG RK 19-57
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter wegens procesbeslissing

In deze civiele zaak heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. Van der Meulen, rechter bij de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden. Het verzoek betrof een procesbeslissing waarbij de geplande mondelinge behandeling niet werd aangehouden wegens ziekte van verzoeker.

De wrakingskamer oordeelde dat het verzoek tijdig was ingediend, maar dat een procesbeslissing in principe geen grond voor wraking kan zijn. De kamer toetste of de beslissing zo onbegrijpelijk was dat deze alleen door vooringenomenheid kon worden verklaard. Dit werd niet vastgesteld.

De rechter had verzoeker gevraagd een medisch bewijsstuk te overleggen, waaruit bleek dat hij wegens ziekte niet kon verschijnen. Het ingediende briefje toonde een voorhoofdsholteontsteking aan, wat een redelijke grond voor de beslissing vormde. Het enkele feit dat verzoeker het niet eens was met de beslissing en vond dat de rechter onvoldoende rekening hield met zijn belangen, was onvoldoende voor wraking.

De wrakingskamer wees het verzoek af en bepaalde dat de procedure met het betreffende zaaknummer wordt voortgezet zoals die was voor het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing staat geen hoger beroep open.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen mr. Van der Meulen is afgewezen wegens het ontbreken van onbegrijpelijkheid en vooringenomenheid.

Uitspraak

proces-verbaal

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Wrakingskamer
Locatie Leeuwarden
zaaknummer / rolnummer: C/17/165539 / KG RK 19-57
Proces-verbaal van de zitting, gehouden op 18 maart 2019, tevens bevattend de aantekening mondelinge uitspraak op grond van artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv)
van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, inzake het door:

[naam] ,

wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen [verzoeker] ,
ingediende verzoek tot wraking van mr. F. van der Meulen, rechter bij de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden.
De zitting wordt gehouden in het gebouw van deze rechtbank ter behandeling van een verzoek tot wraking.
Tegenwoordig zijn mr. C.M. Telman, voorzitter, mr. M. Jansen en mr. W.S. Sikkema, rechters, en mr. M.A. Fokkens-Kelder, griffier.
Na uitroeping van de zaak verschijnen
  • de heer [naam] , voornoemd;
  • mevrouw [naam] , de ex-echtgenote van [verzoeker] ;
  • mevrouw mr. A.R.J. Mulder, de advocaat van Rittersmsa.
[verzoeker] heeft op de in zijn brief van 17 februari 2019 (bij de griffie binnengekomen op 18 februari 2019) aangevoerde gronden verzocht mr. Van der Meulen te wraken in de zaak met
zaak-/rolnummer C/17/152674 /FA RK 16-1889. Mr. Van der Meulen heeft bij
e-mailbericht van 20 februari 2019 te kennen gegeven niet in de wraking te berusten.
[verzoeker] heeft ter zitting zijn standpunt mondeling toegelicht. Tevens heeft mr. Mulder haar visie op de zaak toegelicht.
Na schorsing doet de wrakingskamer als volgt mondeling uitspraak:

De rechtsoverwegingen:

De wrakingskamer is van oordeel dat het wrakingsverzoek (nog net) tijdig is ingediend. Een wrakingsverzoek moet worden gedaan zodra feiten en omstandigheden bekend zijn geworden die aanleiding kunnen geven om de rechter te wraken. Dat was op 13/14 februari 2019. Het verzoek is een paar dagen later ingediend, waarbij in aanmerking wordt genomen dat [verzoeker] in die periode ziek was. De aanleiding voor het wrakingsverzoek is de beslissing van mr. Van der Meulen om de geplande mondelinge behandeling in de zaak met zaak-/rolnummer C/17/152674 /FA RK 16-1889 niet aan te houden wegens ziekte van [verzoeker] . Die beslissing is een procesbeslissing. Een dergelijke beslissing kan in principe geen grond zijn voor wraking. De wrakingskamer komt ook geen oordeel toe over de inhoud van de beslissing. Dat is voorbehouden aan de hoger beroepsinstantie. Grond voor wraking in een geval als dit bestaat alleen als in het licht van de feiten en omstandigheden van het geval de rechter een beslissing heeft genomen die zo onbegrijpelijk is, dat daarvoor redelijkerwijze geen andere verklaring is te geven dan dat deze door vooringenomenheid van de rechter is ingegeven, althans dat de bij een partij dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is (zie Hoge Raad 25 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1413). De beslissing van mr. Van der Meulen om de geplande mondelinge behandeling niet aan te houden kan naar het oordeel van de wrakingskamer niet als een dergelijke onbegrijpelijke beslissing als hiervoor bedoeld worden aangemerkt. Het staat in deze zaak vast dat mr. Van der Meulen [verzoeker] had verzocht om een briefje van de huisarts te overleggen waaruit zou blijken dat hij niet in staat was om wegens zijn ziekte de volgende dag de zitting bij te wonen. Uit het briefje dat vervolgens werd overgelegd bleek enkel dat [verzoeker] volgens de huisarts een voorhoofdsholteontsteking had. Alleen al om die reden is geen sprake van een onbegrijpelijke beslissing zoals hiervoor bedoeld. Het enkele feit dat [verzoeker] het niet terecht vindt dat de rechter deze beslissing heeft genomen en ook het feit dat [verzoeker] vindt dat de rechter zich onvoldoende heeft ingeleefd in zijn belang om bij de zitting aanwezig te zijn omdat het om zijn zoontje gaat, brengt niet mee dat sprake is van vooringenomenheid. Daarvoor zijn bijkomende feiten en omstandigheden nodig en die zijn door [verzoeker] niet gesteld. Het verzoek zal daarom worden afgewezen, waarbij wordt opgemerkt dat tegen deze beslissing geen hoger beroep openstaat.

De beslissing:

De wrakingskamer:
- wijst het verzoek tot wraking af;
- bepaalt dat de procedure met zaaknummer C/17/159760/ FA RK 18-260 wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het indienen van het verzoek tot wraking;
- beveelt de onverwijlde mededeling van deze beslissing aan partijen en aan de belanghebbende in de procedure.
Deze uitspraak is gewezen door mr. C.M. Telman, voorzitter, mr. M. Jansen en
mr. W.S. Sikkema, rechters, en in het openbaar uitgesproken op 18 maart 2019, in tegenwoordigheid van mr. M.A. Fokkens-Kelder als griffier.
Vervolgens sluit de wrakingskamer de mondelinge behandeling.
Waarvan door de griffier is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter van de wrakingskamer en de griffier is vastgesteld en ondertekend.
griffier, voorzitter wrakingskamer,