Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verdachte],
Tenlastelegging
Benadeelde partij
Uitspraak
De rechtbank
[benadeelde partij]in haar vordering niet-ontvankelijk is en dat deze vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Nederland
Op 25 juli 2019 heeft de Rechtbank Noord-Nederland verdachte vrijgesproken van dood door schuld na het overlijden van het slachtoffer, die onder invloed was van GHB, cocaïne en alcohol. Verdachte had het slachtoffer in een auto geplaatst en vervoerd, maar de rechtbank oordeelde dat verdachte niet aanmerkelijk onvoorzichtig of nalatig heeft gehandeld.
De rechtbank stelde vast dat het gedrag van het slachtoffer na het gebruik van GHB niet ongebruikelijk was en dat verdachte meerdere malen de toestand van het slachtoffer had gecontroleerd zonder zorgwekkende signalen. Verdachte verkeerde in de veronderstelling dat het slachtoffer zijn roes uitsliep, wat gelet op de omstandigheden begrijpelijk was.
Ook ten aanzien van het subsidiair ten laste gelegde nalaten van hulpverlening bij ogenblikkelijk levensgevaar, vond de rechtbank geen bewijs dat verdachte zich bewust was van een dergelijk gevaar. De vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het feit niet bewezen kon worden.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van aanmerkelijke onvoorzichtigheid en nalatigheid bij overlijden slachtoffer na GHB-gebruik.