Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.Procesverloop
- de dagvaarding met producties;
- de conclusie van antwoord met producties;
- de conclusie van repliek met producties;
- de conclusie van dupliek met een productie.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Nederland
De zaak betreft een vordering van eiser tot terugbetaling van betaalde bemiddelingskosten aan gedaagde, die bemiddelde bij de huur van een woning. Eiser stelt dat gedaagde twee heren heeft gediend door zowel met haar als met de verhuurder een bemiddelingsovereenkomst te hebben gesloten, wat volgens artikel 7:417 lid 4 BW Pro niet is toegestaan.
De rechtbank beoordeelt eerst het verjaringsverweer van gedaagde en oordeelt dat de vordering op grond van artikel 7:417 lid 4 BW Pro verjaard is, omdat eiser pas na meer dan drie jaar actie heeft ondernomen. De vordering op grond van artikel 7:264 BW Pro wegens onredelijk voordeel is echter niet verjaard en wordt inhoudelijk beoordeeld.
De rechtbank volgt eiser in haar stelling dat gedaagde twee heren heeft gediend, mede omdat eiser en verhuurder van elkaar zijn afgeschermd en eiser de woning via de website van gedaagde vond. Hierdoor is het beding tot betaling van bemiddelingskosten nietig en heeft eiser onverschuldigd betaald. De vordering tot terugbetaling, rente en buitengerechtelijke incassokosten wordt toegewezen.
In reconventie vordert gedaagde betaling voor andere diensten, maar deze vordering wordt afgewezen wegens verjaring. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten in beide procedures.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot terugbetaling van bemiddelingskosten met rente en incassokosten; vordering in reconventie wordt afgewezen wegens verjaring.