ECLI:NL:RBNNE:2019:2184
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontheffingen voor het doden van vossen ter bescherming van Freilandkippen onterecht verleend
De rechtbank Noord-Nederland heeft op 15 mei 2019 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin Stichting De Faunabescherming beroep instelde tegen ontheffingen verleend door het college van Gedeputeerde Staten van Drenthe voor het doden van vossen ter bescherming van Freilandkippen. De ontheffingen stonden het doden van vossen toe tussen zonsondergang en zonsopkomst met gebruik van geweer en kunstlicht.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende had onderbouwd dat het onmogelijk was om een voswerende afscheiding te realiseren die voorkomt dat vossen de percelen binnendringen. Ook was niet aangetoond dat het plaatsen van een deugdelijke afrastering disproportioneel kostbaar zou zijn. Daarnaast werd geoordeeld dat het zorgvuldig ophokken van kippen onder normale bedrijfsvoering valt en dat het niet onredelijk bezwarend is om toezicht te houden op het ophokken.
Daarmee concludeerde de rechtbank dat verweerder niet in redelijkheid kon oordelen dat er geen andere bevredigende oplossing bestond dan het doden van vossen. Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder werd opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de ontheffingen voor het doden van vossen wegens onvoldoende onderbouwing van het ontbreken van alternatieven.