Uitspraak
[handelsnaam B] ,
4.SITUATIE TER PLAATSE
5.GESPREK DE HEER [B] SR.
6.GESPREK CHAUFFEUR, DE HEER [C]
7.CONCLUSIE
2.148,00(2 punten × tarief € 1.074,00)
Rechtbank Noord-Nederland
In deze zaak vordert [A], producent van diervoeders, schadevergoeding van [B] wegens schade aan een bulkwagen die kantelde nadat een betonnen plaat, voormalige stalvloer, instortte. [B] had het perceel gekocht en gesaneerd, waarbij de kelder en stalvloer gedeeltelijk waren blijven liggen en als erfverharding werden gebruikt.
De bulkwagen van [A] reed op het terrein en kantelde doordat een keldermuur onder de betonnen plaat bezweek. De rechtbank stelt vast dat de plaat niet voldeed aan de eisen van een erfverharding voor zwaar materieel en dat [B] onvoldoende waarschuwingsmaatregelen had genomen voor het gevaar.
De rechtbank oordeelt dat de opstal gebrekkig was in de zin van artikel 6:174 BW Pro en dat [B] ook onrechtmatig handelde op grond van artikel 6:162 BW Pro. De schade van € 45.550,13 plus wettelijke rente wordt toegewezen, evenals de proceskosten. Het geschil over de exacte positie van de bulkwagen bij het instorten laat de rechtbank buiten beschouwing omdat dit voor de aansprakelijkheid niet doorslaggevend is.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt [B] tot betaling van € 45.550,13 schadevergoeding plus wettelijke rente en proceskosten aan [A].