ECLI:NL:RBNNE:2018:888
Rechtbank Noord-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen intrekking dienstauto voor politiehondengeleiders
Verzoekers, werkzaam als hondengeleiders bij de politie, werden door de korpschef geïnformeerd dat zij vanaf 22 maart 2018 geen dienstauto meer permanent ter beschikking zouden krijgen voor het vervoer van de diensthond. In plaats daarvan moesten zij de eigen auto gebruiken. Verzoekers stelden dat dit besluit inbreuk maakte op hun persoonlijke levenssfeer en eigendomsrecht en verwezen naar relevante wet- en regelgeving.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er sprake was van een spoedeisend belang en dat de principiële vragen rondom het besluit niet in deze voorlopige voorzieningsprocedure konden worden beantwoord. Daarom werd besloten de zaak in de bodemprocedure te behandelen.
Op basis van een belangenafweging werd het bestreden besluit en het primaire besluit geschorst tot twee weken na de uitspraak in de bodemzaak, waardoor verzoekers voorlopig gebruik konden blijven maken van de dienstauto. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het besluit om geen dienstauto meer permanent ter beschikking te stellen is geschorst tot twee weken na de uitspraak in de bodemprocedure.