ECLI:NL:RBNNE:2018:5385
Rechtbank Noord-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen vergunningen op grond van PAS en Habitatrichtlijn
Het geschil betreft het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het besluit van het college van gedeputeerde staten van Groningen, waarbij bezwaarschriften tegen 21 vergunningen op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb) ongegrond zijn verklaard. Deze vergunningen zijn verleend in het kader van bedrijfsplannen die stikstofdepositie veroorzaken nabij Natura 2000-gebieden.
Verzoekers betogen dat de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) en de onderliggende passende beoordelingen niet voldoen aan de eisen van artikel 6 van Pro de Habitatrichtlijn, mede gelet op het arrest van het Hof van Justitie van 7 november 2018. Zij stellen dat de berekeningen en onderbouwing van de stikstofdepositie ontoereikend zijn en dat de regelgeving onrechtmatig is.
De voorzieningenrechter overweegt dat het arrest van het Hof van Justitie niet leidt tot de conclusie dat de regelgeving waarop de PAS is gebaseerd onherroepelijk onverbindend is. Er is onvoldoende grond om op voorhand te concluderen dat de vergunningen onrechtmatig zijn. Daarnaast is het verzoek algemeen van aard en ontbreken specifieke bezwaren per vergunning. Daarom is geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen.
Verder wordt het verzoek gesplitst in 21 afzonderlijke zaken om de verwerking van persoonsgegevens conform de AVG te waarborgen. De rechtbank zal de beroepen aanhouden totdat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak doet over de PAS. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het besluit om bezwaarschriften ongegrond te verklaren wordt afgewezen.