Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verdachte],
Tenlastelegging
Beoordeling van het bewijs
Ik heb mijn fiets weggezet met een vriend. We zijn vervolgens naar het raam van hem gegaan en dat was het slaapkamerraam. Ik heb daar op staan kloppen. Ik heb daar ook bloempotten omgetrapt. Die bloempotten stonden in de tuin. We zijn vervolgens naar zijn auto gelopen en ik heb tegen een koplamp aangetrapt. Ik zag vervolgens dat [medeverdachte 1] hard tegen de buitenspiegel aantrapte en daardoor vloog die spiegel eraf.
Ik was op zaterdagavond 24 februari 2018 met [verdachte], [medeverdachte 3], [medeverdachte 2], [medeverdachte 6], [medeverdachte 4] en nog een jongen waarvan ik de naam niet weet. Ik ben die avond/nacht nog in de [straatnaam] geweest. We fietsten langs dat huis. Een paar liepen naar de auto toe en trapten er tegenaan. Ik ben ook bij de auto geweest.
Bewezenverklaring
primair
primair
subsidiair
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
primairopenlijk in vereniging geweld plegen tegen goederen;
primairopenlijk in vereniging geweld plegen tegen goederen;
subsidiairopzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat aan een ander toebehoort, vernielen.
Strafbaarheid van verdachte
Strafmotivering
Benadeelde partijen
3. [benadeelde partij 2];
4. [slachtoffer 4], tot een bedrag van € 592,90 ter vergoeding van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan;
met betrekking tot feit 4:
met betrekking tot feit 5:
met betrekking tot ad informandum gevoegd feit 3:
Toepassing van wetsartikelen
Uitspraak
De rechtbank
een gedeelte, groot 60 uren, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op 2 jaar, schuldig heeft gemaakt aan de hierna te noemen algemene of bijzondere voorwaarden.
[benadeelde partij 1]in haar vorderingen niet ontvankelijk is en dat deze vorderingen slechts bij de burgerlijke rechter kunnen worden aangebracht.
[slachtoffer 2],
[slachtoffer 3]en
[slachtoffer 4]in de vordering niet ontvankelijk zijn en dat deze vorderingen slechts bij de burgerlijke rechter kunnen worden aangebracht.
[slachtoffer 7]toe tot het hierna te noemen bedrag en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van
€ 40,45(zegge: veertig euro en vijfenveertig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 24 februari 2018.
[slachtoffer 8]toe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van €
10,-(zegge: tien euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 januari 2018.