Verzoeker, gemachtigde van de erfgenamen en vereffenaars van een nalatenschap, verzocht om opheffing van de vereffening en vaststelling van de reeds gemaakte vereffeningskosten van €2.299, inclusief btw. De nalatenschap bleek een negatief saldo te hebben, waardoor na voldoening van de kosten geen activa meer beschikbaar zijn voor andere schuldeisers.
De kantonrechter stelde vast dat het loon van verzoeker voor zijn werkzaamheden als gemachtigde niet tot de vereffeningskosten behoort, omdat de wet alleen het loon van de door de rechtbank benoemde vereffenaar erkent. Er is geen wettelijke grondslag voor het vaststellen van loon van erfgenamen of hun gemachtigden voor vereffeningswerkzaamheden.
De kantonrechter verwees naar de Handleiding erfrechtprocedures van december 2017, waarin een overgangsbeleid wordt gehanteerd. Voor werkzaamheden na 1 januari 2018 wordt deze handleiding strikt gevolgd, terwijl in het verleden dergelijke kosten soms als vereffeningskosten werden aangemerkt indien redelijk.
Omdat verzoeker geen onderscheid had gemaakt tussen werkzaamheden voor en na 1 januari 2018, kon de kantonrechter de vereffeningskosten nog niet vaststellen of beoordelen of opheffing van de vereffening op goede gronden was verzocht. Verzoeker kreeg de gelegenheid om dit onderscheid te maken en een nadere specificatie van het loon te overleggen binnen twee weken. De beslissing werd aangehouden in afwachting hiervan.