Eiser, voormalig beroepsmilitair met een FLO-uitkering, vroeg een WW-uitkering aan die per 1 september 2015 werd toegekend. Verweerder beëindigde deze WW-uitkering met terugwerkende kracht vanwege een wijziging in artikel 3:5, zevende lid, van het Algemeen Inkomensbesluit sociale zekerheidswetten (AIB).
De rechtbank oordeelde dat de wijziging die de FLO-uitkering op de WW-uitkering in mindering bracht, niet met terugwerkende kracht toegepast kon worden omdat ten tijde van het primaire besluit geen wettelijke grondslag bestond. De rechtbank verwierp het beroep op het vertrouwensbeginsel wegens gebrek aan ondubbelzinnige toezeggingen.
De rechtbank stelde vast dat de ongunstige wijziging niet voorzienbaar was en dat het rechtszekerheidsbeginsel werd geschonden. Daarom werd het bestreden besluit vernietigd, het primaire besluit herroepen en bepaald dat de WW-uitkering doorloopt tot de pensioendatum van 17 januari 2016. Tevens werden proceskosten en griffierecht aan eiser toegewezen.