Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2017:5119

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
3 mei 2017
Publicatiedatum
18 januari 2018
Zaaknummer
C/17/154753 / KG RK 17-148
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Wraking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek na eindbeslissing in civiele nalatenschapszaak

Verzoekster, belanghebbende bij een verzoek tot benoeming van een vereffenaar van een nalatenschap, diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter die het benoemingsverzoek behandelde. Dit wrakingsverzoek werd door de eerste wrakingskamer afgewezen. Vervolgens diende verzoekster een nieuw wrakingsverzoek in tegen de rechters van deze wrakingskamer nadat deze een eindbeslissing had genomen.

De tweede wrakingskamer oordeelde dat wraking bedoeld is om de onpartijdigheid van een rechter te waarborgen zolang deze nog bij de behandeling van een zaak betrokken is. Omdat de eerste wrakingskamer al een eindbeslissing had genomen, was het doel van wraking niet meer te bereiken. De wet voorziet niet in wraking na een einduitspraak.

Daarom werd het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank gaf daarnaast aan dat bij het plannen van de zitting voor het eerste wrakingsverzoek geen rekening hoeft te worden gehouden met verhinderingen van partijen, conform het wrakingsprotocol van de rechtbank Noord-Nederland.

De beslissing werd uitgesproken door de tweede wrakingskamer op 3 mei 2017.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard omdat de wrakingskamer reeds een eindbeslissing had genomen.

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Meervoudige kamer
Locatie Leeuwarden
zaaknummer / rekestnummer: C/17/154753 / KG RK 17-148
Beslissing van 3 mei 2017 van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken
op het verzoek ex artikel 36 van Pro het Wetboek van Rechtsvordering (Rv) van
[naam],
wonende te [woonplaats] ,
verzoekster tot wraking,
hierna te noemen: [verzoekster] ,
van de wrakingskamer, bestaande uit mr. R. Giltay, voorzitter, en de leden mr. M. Brinksma en mr. M. Sanna, allen rechters in deze rechtbank (locatie Leeuwarden).

1.De procedure

1.1
[verzoekster] is belanghebbende bij een verzoek ex artikel 4:204 BW Pro (verzoek benoeming vereffenaar nalatenschap). Dit verzoek is geregistreerd onder nummer C/17/153009 / HA RK 17-9). Bij brief van 13 april 2017 heeft [verzoekster] de rechter die dit verzoek behandelt, te weten mr. J.E. Biesma, rechter in deze rechtbank (afdeling privaatrecht), gewraakt. Dit wrakingsverzoek is geregistreerd onder nummer C/17/154470 / KG RK 17-128).
1.2
Het wrakingsverzoek is op 20 april 2017 ter zitting behandeld door de wrakingskamer, bestaande uit mrs. Giltay, Brinksma en Sanna voornoemd. [verzoekster] was hierbij niet aanwezig. Bij beslissing van 21 april 2017 heeft de wrakingskamer het wrakingsverzoek afgewezen en bepaald dat het onder 1.1 bedoelde benoemingsverzoek wordt voorgezet in de stand waarin het zich ten tijde van het indienen van het wrakingsverzoek bevond.
1.3
Op 25 april 2017 heeft mr. Biesma voornoemd beslist op het onder 1.1 bedoelde benoemingsverzoek.
1.4
Bij brief van 23 april 2017, op 25 april 2017 ter griffie van de rechtbank binnengekomen, heeft [verzoekster] mrs. Giltay, Brinksma en Sanna gewraakt. Hierop is een wrakingskamer geformeerd, bestaande uit mr. A. van der Meer, mr. M. Jansen en mr. E.Th.M. Zwart-Sneek, allen rechters in deze rechtbank.
1.5
De wrakingskamer heeft, gelet op het navolgende, afgezien van een mondelinge behandeling.

2.Beoordeling

2.1
Wraking is een middel ter verzekering van de onpartijdigheid van de rechter. Op grond van artikel 36 Rv Pro kan de rechter die een zaak behandelt, worden gewraakt. Een rechter die een wrakingsverzoek behandelt, kan dus ook worden gewraakt. Het middel van wraking is toegekend aan een partij die wenst te voorkomen dat een rechter die jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans aan een partij die dienaangaande bestaande vrees heeft die objectief gerechtvaardigd is, (nog langer) bemoeienis met de zaak zal hebben. Dat doel kan niet meer worden bereikt als de rechter reeds een einduitspraak heeft gedaan omdat de behandeling van de zaak daarmee is geëindigd. De wet voorziet niet in de mogelijkheid om, wanneer de behandeling van de zaak is geëindigd door het wijzen van een einduitspraak, wraking te verzoeken van de rechters die deze uitspraak hebben gedaan (Hoge Raad 18 december 1998, ECLI:NL:HR:1998:AD2977).
2.2
Zoals hiervoor is overwogen, heeft de wrakingskamer, bestaande uit mrs. Giltay, Brinksma en Sanna, bij beslissing van 21 april 2017 het tegen mr. Biesma gerichte wrakingsverzoek afgewezen. Die beslissing is een eindbeslissing waarmee de behandeling van het wrakingsverzoek door mrs. Giltay, Brinksma en Sanna is geëindigd. Het onderhavige wrakingsverzoek is derhalve na het wijzen van voormelde beslissing ingediend. Uit het vorenstaande volgt dat mrs. Giltay, Brinksma en Sanna het onder 1.1 bedoelde wrakingsverzoek niet meer behandelden op het moment dat het onderhavige wrakingsverzoek is gedaan.
2.3
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat [verzoekster] niet ontvankelijk dient te worden verklaard in het onderhavige wrakingsverzoek.
2.4
Geheel ten overvloede en uitsluitend uit een oogpunt van voorlichting aan [verzoekster] overweegt de rechtbank nog het navolgende. In haar brief van
23 april 2017 beklaagt [verzoekster] zich er over - kort gezegd - dat bij het bepalen van een datum voor de mondelinge behandeling van het onder 1.1 bedoelde wrakingsverzoek geen rekening is gehouden met verhinderdata en dat vervolgens, nadat de mondelinge behandeling was bepaald op 20 april 2017, een verzoek om uitstel van de mondelinge behandeling is afgewezen. Bij de behandeling van wrakingsverzoeken hanteert de wrakingskamer het "Wrakingsprotocol rechtbank Noord-Nederland" (hierna: het wrakingsprotocol). Ingevolge artikel 39 lid 1 Rv Pro dient een wrakingsverzoek zo spoedig mogelijk ter zitting worden behandeld. Ingevolge paragraaf 8.2 van het wrakingsprotocol hoeft de wrakingskamer bij het bepalen van een datum voor de mondelinge behandeling, gelet op de aard van de wrakingsprocedure, geen rekening te houden met verhinderdata.

3.De beslissing

De wrakingskamer:
- verklaart [verzoekster] niet-ontvankelijk in haar verzoek tot wraking van
mrs. Giltay, Brinksma en Sanna.
Deze beslissing is gegeven door mr. A. van der Meer, voorzitter, en mr. M. Jansen en
mr. E.Th.M. Zwart-Sneek als leden van de wrakingskamer, bijgestaan door de griffier,
mr. J.R. Leegsma, en in het openbaar uitgesproken op 3 mei 2017.
griffier voorzitter
c467