Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.Het procesverloop
R.B.M. Keurentjes(hierna: "de rechter") gewraakt.
Rechtbank Noord-Nederland
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen rechter R.B.M. Keurentjes naar aanleiding van diens optreden in een eerdere wrakingskamer op 6 januari 2017. Deze eerdere zaak met nummer C18/173045 / PR RK 16-525 was op die datum middels een eindbeslissing beëindigd door een meervoudige kamer bestaande uit mrs. Th.A. Wiersma, R.B.M. Keurentjes en P.J. Duinkerken.
Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad dient een wrakingsverzoek te worden ingediend voordat de behandeling van de zaak door het wijzen van een einduitspraak is geëindigd. Verzoeker heeft dit niet gedaan, waardoor het verzoek niet-ontvankelijk is. De rechtbank besluit daarom zonder mondelinge behandeling op het verzoek.
De beslissing is op 13 oktober 2017 door de meervoudige kamer van de rechtbank Noord-Nederland te Groningen genomen en in het openbaar uitgesproken. Verzoeker en de betrokken rechter worden onverwijld van deze beslissing op de hoogte gesteld.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard omdat het na de einduitspraak is ingediend.