Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.Het procesverloop
2.De beoordeling
NJ1999, 271).
Rechtbank Noord-Nederland
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. P.G. Wijtsma, rechter in de rechtbank Noord-Nederland, vanwege het niet tijdig ontvangen van de oproeping voor de mondelinge behandeling van een eerder wrakingsverzoek. De eerdere mondelinge behandeling vond plaats op 3 oktober 2017, waarbij verzoeker niet aanwezig was omdat hij de uitnodiging pas op die dag ontving.
De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 8:15 Awb Pro een wraking alleen mogelijk is bij feiten of omstandigheden die de onpartijdigheid van de rechter in gevaar brengen. Het enkele feit dat verzoeker de oproeping te laat ontving, vormt geen gegronde wrakingsgrond. Er zijn geen concrete aanwijzingen van vooringenomenheid of objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor.
Daarom wordt het wrakingsverzoek kennelijk niet-ontvankelijk verklaard en wordt de hoofdzaak voortgezet zoals die was ten tijde van het wrakingsverzoek. Een mondelinge behandeling van dit wrakingsverzoek is niet nodig omdat het verzoek niet ontvankelijk is. De beslissing is openbaar uitgesproken op 31 oktober 2017 door de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank Noord-Nederland.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen mr. Wijtsma wordt kennelijk niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan concrete wrakingsgronden.