Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.Procesverloop
2.Overwegingen
3.Beslissing
W.P. Claus, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier en in het openbaar uitgesproken op 29 mei 2017.
Rechtbank Noord-Nederland
Verzoeker heeft bij brief van 22 mei 2017 een verzoek tot wraking ingediend tegen de bestuursrechter in een lopende bestuursrechtelijke procedure. Het verzoek richt zich op de rechter(s) die mogelijk de zaak zullen behandelen, maar bevat geen namen van deze rechters.
De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 8:15 Awb Pro een wrakingsverzoek moet zijn gericht tegen een specifieke rechter of rechters en moet zijn onderbouwd met concrete feiten of omstandigheden die de onpartijdigheid in twijfel trekken. Het ontbreken van namen en gronden leidt ertoe dat het verzoek niet-ontvankelijk is.
De rechtbank besluit het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk te verklaren en de bestuursrechtelijke procedure voort te zetten in de stand waarin deze zich bevond bij indiening van het verzoek. Een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek wordt achterwege gelaten.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van namen en gronden.