ECLI:NL:RBNNE:2017:434
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak politieagenten wegens ontbreken van voorwaardelijk opzet bij schieten op vluchtende auto
Op 6 juli 2013 achtervolgden twee politieagenten een vluchtende auto met hoge snelheid in Leeuwarden. Tijdens deze achtervolging schoot één agent vijfmaal gericht op de rechterachterband van de vluchtende auto om deze tot stilstand te brengen. De officier van justitie stelde dat het schieten op een rijdende auto vanuit een rijdend voertuig een aanmerkelijke kans op een fatale of ernstige afloop met zich meebracht, en dat de agenten dit willens en wetens hebben aanvaard, waarmee sprake zou zijn van voorwaardelijk opzet op doodslag of zware mishandeling.
De verdediging betoogde dat de agenten bewust alleen op de achterband schoten en niet op de inzittenden, en dat niet bewezen kon worden dat zij de aanmerkelijke kans op overlijden of zwaar letsel hebben aanvaard. De rechtbank oordeelde dat hoewel er in het algemeen een niet te verwaarlozen kans bestaat dat door het schieten op een achterband de bestuurder geraakt wordt of de auto verongelukt, in deze specifieke situatie de kans niet aanmerkelijk was. Dit vanwege de training van de agenten, de stabiele rijomstandigheden, de weg en verkeerssituatie, en de afstand tussen de voertuigen.
Daarom achtte de rechtbank het primair en subsidiair ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen en sprak de agenten vrij van poging tot doodslag en zware mishandeling.
Uitkomst: De rechtbank sprak de politieagenten vrij omdat niet bewezen was dat zij voorwaardelijk opzet hadden op de dood of zwaar letsel van de bestuurder.