Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van 29 juni 2017 in de zaak tussen
[eiseres] , te Groningen, eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst/kantoor Leeuwarden, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
"huur [naam] ”dan wel “ [naam] huur hoogezand". Aan elk van deze betalingen ging (kort) van te voren een kasstorting vooraf van vergelijkbare omvang.
"Auto's:
Levensonderhoud:
Resumé in cijfers:
Deze aanslag is niet juist vastgesteld. Hieraan kunt u geen rechten ontlenen.
"13-boetes:
13.b-belastingjaren 2011 en 2012:
"Vergrijpboete
U heeft een brief van de Belastingdienst ontvangen waarin wordt uitgelegd waarom u een vergrijpboete krijgt. De Belastingdienst beschouwt uw nalatigheid als opzet en behandelt deze nalatigheid als een vergrijp. Daarom legt de Belastingdienst u naast het bedrag van de navorderingsaanslag een vergrijpboete op. Het bedrag van de vergrijpboete is met toepassing van het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst 1998 vastgesteld op (…)"
BNB1991/118), is overgegaan tot het opleggen van navorderingsaanslagen over de jaren 2011 en 2012. De informatiebeschikking ziet daardoor naar het oordeel van de rechtbank tevens op deze navorderingsaanslagen.
huur [naam] ”en
" [naam] huur hoogezand"als belastbaar inkomen van eiseres aan te merken. Dit leidt in zoverre tot een neerwaartse correctie van het door verweerder vastgestelde resultaat uit overige werkzaamheden van:
groveschuld behelst). Dat eiseres zich door haar handelwijze voor wat betreft de belastingheffing bewijsrechtelijk in een moeilijke positie heeft begeven - wat daar verder ook van zij - maakt dat niet anders.