ECLI:NL:RBNNE:2017:2147
Rechtbank Noord-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen verruiming openstelling Polderhoofdkanaal voor recreatievaart
Verzoekster maakte bezwaar tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Opsterland om de openstelling van het Polderhoofdkanaal (PHK) voor recreatievaart in 2017 te verruimen van 15 mei tot 15 september. De voorzieningenrechter oordeelt dat het bezwaar ontvankelijk is, omdat het besluit als een bestuursrechtelijk besluit kwalificeert en het bezwaar tijdig is ingediend gezien de gebrekkige bekendmaking.
De zaak draait om de vraag of de verruiming van de openstelling van het PHK toelaatbaar is, mede gelet op de natuurwaarden en de voorwaarden uit de Flora- en faunawet. Uit ecologisch onderzoek en monitoring blijkt dat de natuurwaarden onder druk staan en dat de ontwikkeling van compensatiegebieden moeizaam verloopt. De voorzieningenrechter concludeert dat de motivering van het besluit onvoldoende is om de verruiming te dragen en dat het niet duidelijk is waarom andere maatregelen om de vaarintensiteit te beperken niet worden overwogen.
Hoewel het bezwaar ontvankelijk is en heroverweging van het besluit op zijn plaats is, acht de voorzieningenrechter schorsing van het besluit niet aangewezen vanwege de korte resterende periode van openstelling en praktische bezwaren. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten van verzoekster.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de verruiming van de openstelling van het Polderhoofdkanaal wordt afgewezen.