De werknemer [A] werd op 29 september 2016 op staande voet ontslagen door zijn werkgever Veka Shipyard Lemmer B.V. omdat hij zonder toestemming een vakantieperiode van ruim drie weken had opgenomen, terwijl de verlofaanvraag door de bedrijfsleider was afgewezen wegens drukke werkzaamheden.
[A] verzocht de kantonrechter om vernietiging van het ontslag, doorbetaling van loon, wedertewerkstelling, betaling van vakantiedagen, een billijke vergoeding, transitievergoeding en vernietiging van het concurrentiebeding. Veka verzocht op haar beurt om toekenning van een fictieve schadevergoeding wegens onregelmatige opzegging en voorwaardelijke ontbinding van de arbeidsovereenkomst.
De kantonrechter oordeelde dat het ontslag rechtsgeldig was omdat [A] bewust en zonder toestemming afwezig was, ondanks waarschuwingen. De wettelijke termijn van twee weken voor het reageren op verlofaanvragen werd door de cao-regeling en omstandigheden niet als bindend gezien. Het belang van de werkgever bij het afwijzen van het verlof was zwaarwegend vanwege de geplande oplevering van grote projecten. De persoonlijke omstandigheden van [A] rechtvaardigden geen afwijking van het ontslag.
Het verzoek tot vernietiging van het ontslag en de nevenvorderingen werden afgewezen. De transitievergoeding werd niet toegekend vanwege ernstig verwijtbaar handelen van [A]. Het concurrentiebeding werd niet vernietigd omdat Veka had toegezegd dit niet te handhaven. De fictieve schadevergoeding van één bruto maandsalaris werd toegewezen aan Veka wegens onregelmatige opzegging. Het voorwaardelijke ontbindingsverzoek werd afgewezen wegens gebrek aan belang.