ECLI:NL:RBNNE:2016:3067
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van seksueel binnendringen minderjarige
De rechtbank Noord-Nederland heeft verdachte vrijgesproken van het ten laste gelegde seksueel binnendringen van een minderjarige tussen 12 en 16 jaar. De tenlastelegging omvatte verschillende vormen van ontuchtige handelingen, gepleegd in de periode van 2011 tot 2014.
De officier van justitie stelde dat het bewijs voldoende was, onderbouwd door de gedetailleerde en consistente verklaring van de aangeefster en ondersteunende getuigenverklaringen. De verdediging betoogde dat er onvoldoende wettig bewijs was om tot een veroordeling te komen.
De rechtbank oordeelde dat de verklaring van de aangeefster onvoldoende steun vond in andere objectieve en redengevende bewijsmiddelen, zoals vereist door artikel 342 Sv Pro. De getuigenverklaringen waren afkomstig van dezelfde bron en er ontbrak medische ondersteuning. Daarom werd niet voldaan aan de maatstaf van wettig en overtuigend bewijs, en werd verdachte vrijgesproken.
De vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij werd niet ontvankelijk verklaard omdat het ten laste gelegde feit niet bewezen was. De benadeelde partij kan de vordering alleen bij de burgerlijke rechter aanbrengen. Beide partijen dragen hun eigen proceskosten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van seksueel binnendringen van een minderjarige.