ECLI:NL:RBNNE:2016:1186
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Beoordeling opzegging huurovereenkomst winkelruimte en huurprijsvermindering
In deze zaak staat de opzegging van een huurovereenkomst voor een winkelruimte centraal, waarbij de huurder een contract had voor twee jaar met een opzegtermijn van één jaar. De huurder wilde de winkel na twee jaar sluiten vanwege slechte bedrijfsresultaten en stelde dat zij niet gebonden was aan de opzegtermijn in die eerste periode.
De kantonrechter heeft diverse getuigen gehoord, waaronder de huurder, verhuurder, makelaar en medewerkers, die uiteenlopende verklaringen hebben gegeven over de intenties en afspraken rondom de huur en opzegging. Uit het bewijs blijkt dat de huurder wist dat zij tijdig moest opzeggen met een opzegtermijn van één jaar, maar dat de verhuurder op de hoogte was van de slechte exploitatie en het voornemen van de huurder om niet voort te zetten.
Hoewel de opzegging administratief met een kleine termijnoverschrijding plaatsvond, acht de kantonrechter het onaanvaardbaar om de huurder na de eerste twee jaar nog drie jaar aan de overeenkomst te houden. Daarom wordt de huurverplichting beperkt tot 30 september 2014, met een aangepaste betaling en vergoeding van buitengerechtelijke kosten. De vorderingen van de huurder in reconventie worden afgewezen en de proceskosten worden deels toegewezen.
Uitkomst: De huurder wordt gehouden tot betaling van huur tot 30 september 2014 met een aangepaste vergoeding, en de vorderingen in reconventie worden afgewezen.