Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.De procedure
- de dagvaarding
- de mondelinge behandeling d.d. 2 december 2015
- de pleitnota van Frisia
- de pleitnota van de Provincie.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
816,00
Rechtbank Noord-Nederland
De Provincie Fryslân schreef een onderhoudsproject voor provinciale wegen meervoudig onderhands aan, waarbij Frisia de laagste inschrijving deed. Frisia vermeldde echter uitvoeringskosten van € 0,- in de inschrijvingsstaat, wat door de Provincie werd betwist op grond van artikel 01.01.03 lid 03 van de RAW 2010, dat voorschrijft dat uitvoeringskosten niet in de eenheidsprijzen mogen zijn begrepen maar apart moeten worden opgenomen.
Frisia gaf aanvankelijk een toelichting waarin zij stelde dat uitvoeringskosten in de eenheidsprijzen waren opgenomen, maar rectificeerde dit later binnen de gestelde termijn door te verklaren dat zij deze kosten voor eigen rekening nam. De Provincie wees deze rectificatie af en verklaarde de inschrijving ongeldig, omdat herstel van een ongeldige inschrijving niet is toegestaan volgens het aanbestedingsrecht en jurisprudentie.
De rechtbank oordeelde dat de inschrijving inderdaad ongeldig was omdat de uitvoeringskosten niet conform de RAW waren gespecificeerd en dat de rectificatie dit niet kon herstellen. Ook als de rectificatie wel was meegenomen, had dit alsnog geleid tot ongeldigverklaring vanwege het ontbreken van een corresponderende korting. De vorderingen van Frisia werden afgewezen en zij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De inschrijving van Frisia is terecht ongeldig verklaard en haar vorderingen worden afgewezen.