ECLI:NL:RBNNE:2015:5308
Rechtbank Noord-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechters strafzaak wegens gebrek aan inhoudelijke gronden
Verzoeker heeft op 6 november 2015 een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechters De Jong, Agema en Holsink die betrokken zijn bij zijn strafzaak met parketnummers 18/830161-15 en 18/830248-15. Dit verzoek werd aangevuld op 9 en 11 november 2015. De rechtbank heeft het verzoek schriftelijk behandeld en de mondelinge behandeling gepland op 12 november 2015, waarbij verzoeker en zijn raadsman niet verschenen.
De rechtbank oordeelt dat op grond van artikel 512 Sv Pro wraking alleen kan worden toegewezen indien feiten of omstandigheden aantonen dat de rechterlijke onpartijdigheid in het geding is. De rechtbank stelt dat er geen aanwijzingen zijn voor persoonlijke vooringenomenheid van de rechters jegens verzoeker. Het enkele feit dat verzoeker eerder strafrechtelijk is veroordeeld, is onvoldoende om een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid aan te nemen.
De rechtbank concludeert dat het wrakingsverzoek ongegrond is en wijst het af. Tevens wordt vastgesteld dat verzoeker kennelijk misbruik maakt van het wrakingsinstrument om de strafzaak te vertragen en zich aan berechting te onttrekken. Daarom zal een volgend gelijksoortig wrakingsverzoek niet in behandeling worden genomen. De strafzaak wordt voortgezet in de stand van het moment van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt afgewezen en een volgend gelijksoortig verzoek wordt niet in behandeling genomen.