Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.Het procesverloop
2.De feiten
4.Het verweer
5.De beoordeling
Stcrt.2015/12685) zijn daarvoor nadere regels gesteld (Ontslagregeling).
Kamerstukken II, 2013-2014, 33 818, nr. 3, pag. 34).
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Nederland
De werknemer was sinds 2009 als oproepkracht werkzaam bij de werkgever, met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd vanaf oktober 2012. Er ontstond een geschil over de omvang van het arbeidscontract, waarbij de werknemer stelde recht te hebben op 27,25 uren per week, terwijl de werkgever uitging van gemiddeld 11 uren. De werknemer weigerde sinds maart 2015 gehoor te geven aan oproepen voor werk onder die voorwaarden, wat leidde tot een verstoorde arbeidsrelatie.
De werkgever verzocht ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van een verstoorde arbeidsrelatie en stelde dat herplaatsing niet mogelijk was. De werknemer erkende de verstoorde relatie maar stelde dat de werkgever bewust op beëindiging had aangestuurd en vroeg een billijke vergoeding toe te kennen wegens ernstig verwijtbaar handelen.
De kantonrechter oordeelde dat de verstoorde arbeidsrelatie een redelijke grond voor ontbinding vormde en dat herplaatsing niet in de rede lag. De stelling van de werknemer over een hogere arbeidsomvang werd onvoldoende onderbouwd, en de werkgever had niet ernstig verwijtbaar gehandeld. Daarom werd de arbeidsovereenkomst ontbonden per 1 december 2015 zonder toekenning van een billijke vergoeding. Partijen dragen ieder hun eigen proceskosten.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden wegens verstoorde arbeidsrelatie zonder toekenning van billijke vergoeding.