ECLI:NL:RBNNE:2015:4317
Rechtbank Noord-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Schorsing concurrentie- en relatiebeding bij arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd
De zaak betreft een geschil tussen [A], een voormalig werknemer, en ADhD Noord over de geldigheid en naleving van een concurrentie- en relatiebeding uit een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. [A] had na beëindiging van zijn dienstverband een eenmanszaak opgericht en bood diensten aan ex-cliënten van ADhD Noord aan, waarop ADhD Noord een procedure startte wegens overtreding van het beding.
De kantonrechter overwoog dat het concurrentiebeding slechts geldig is indien sprake is van identieke bedrijfsactiviteiten en een zwaarwegend bedrijfsbelang van de werkgever dat bescherming behoeft. Uit de feiten bleek dat [A] zich richt op een andere doelgroep en andere diensten verleent dan ADhD Noord, waardoor geen sprake is van identieke activiteiten. Tevens kon ADhD Noord onvoldoende aantonen dat zij een zwaarwegend belang heeft bij handhaving van het beding.
Daarom achtte de kantonrechter het waarschijnlijk dat de bodemrechter het beding zal beperken en schorste hij de werking van het concurrentie- en relatiebeding met ingang van 1 januari 2015. De vorderingen van ADhD Noord tot handhaving en betaling van boetes werden afgewezen, en partijen droegen ieder hun eigen proceskosten.
Uitkomst: De werking van het concurrentie- en relatiebeding is geschorst vanaf 1 januari 2015, vorderingen tot handhaving en boetes zijn afgewezen.