Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Procesverloop
Overwegingen
Voorts is verweerder op grond van artikel 4 van Pro de Wmo gehouden verzoekster voorzieningen te bieden ter compensatie van haar beperkingen op het gebied van (onder meer) zelfredzaamheid om haar in staat te stellen een huishouden te voeren. Door het beëindigen van de voorziening voor de huishoudelijke hulp wordt verzoekster niet op grond van artikel 4 van Pro de Wmo gecompenseerd in haar beperkingen. Daarnaast heeft een zorgvuldige belangenafweging met inachtneming van de persoonskenmerken van verzoekster niet plaatsgevonden en evenmin zijn de gevolgen voor verzoekster van de beëindiging van het pgb onderzocht. Verzoekster acht het bestreden besluit verder in strijd met het in artikel 3:2 van Pro de Awb neergelegde zorgvuldigheidsbeginsel.
De voorzieningenrechter overweegt dat verweerder in beginsel een eenmaal toegekende voorziening huishoudelijke hulp in de vorm van een pgb kan beëindigen, indien daarvoor gegronde redenen zijn. Van belang daarbij is dan wel dat verweerder alvorens tot beëindiging van het pgb over te gaan, een zorgvuldig onderzoek dient te verrichten naar de individuele feiten en omstandigheden van een aanvrager.
Beslissing
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe;
- schorst het bestreden besluit tot zes weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar, met dien verstande dat, indien binnen twee weken na bekendmaking van deze beslissing opnieuw een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening wordt ingediend, de getroffen voorziening doorloopt;
- treft de voorlopige voorziening dat het verstrekken van een voorziening naar drie uren huishoudelijke hulp per week in de vorm van een pgb aan verzoekster na