ECLI:NL:RBNNE:2014:5768
Rechtbank Noord-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen omgevingsvergunning aanbouw woning
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Groningen verleende een omgevingsvergunning aan vergunninghouder voor het realiseren van een aanbouw aan een woning. Verzoekers maakten bezwaar tegen dit besluit en verzochten de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter overwoog dat het spoedeisende belang aanwezig was vanwege de wens van vergunninghouder om snel te starten met bouwen. De vergunning betrof een project met geringe wijzigingen ten opzichte van een eerder vergund project. De voorzieningenrechter bevestigde dat het project niet leidde tot strijd met het bestemmingsplan en dat het bevoegd gezag terecht gebruik had gemaakt van zijn afwijkingsbevoegdheid.
Hoewel het project in strijd was met het eerste lid van artikel 2.5.17 van de Bouwverordening vanwege een tussenruimte van 80 centimeter, werd ontheffing verleend omdat deze afstand voldoende is voor reiniging en onderhoud. Verzoekers konden dit niet aannemelijk maken.
Ten aanzien van de welstandstoetsing werd het positieve advies van de welstandscommissie Libau gevolgd, ondanks tegenadviezen van Hûs en Hiem. De voorzieningenrechter vond dat het college in redelijkheid de vergunning had kunnen verlenen en dat er geen aanleiding was om de vergunning voorlopig te schorsen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning voor de aanbouw wordt afgewezen.