Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.[A],
1.Procesverloop
2.De feiten
3.De beoordeling van het geschil
[A]heeft te gelden of hij het concurrentiebeding, het relatiebeding en het geheimhoudingsbeding uit zijn arbeidsovereenkomst met Farmex heeft geschonden, of hij tijdens zijn dienstverband doende is geweest om een concurrerende onderneming op te zetten, en of hij, al dan niet middels Fabiton en/of Aquastruct, het bedrijfsdebiet van zijn ex-werkgever Farmex heeft afgebroken door klanten en/of leveranciers van Farmex af te nemen met behulp van kennis en gegevens die hij tijdens zijn dienstbetrekking heeft verkregen. Ten aanzien van
Fabitongaat het er in de kern genomen om of Fabiton onrechtmatig jegens Farmex heeft gehandeld door bedrijfsgeheimen van Farmex (via [A] en/of andere ex-werknemers) te bemachtigen en daarvan, later, misbruik te maken door daarmee klanten/opdrachtgevers van Farmex weg te kapen. Stelplicht en bewijslast ter zake liggen bij Farmex.
enkeleomstandigheden leveren, vooralsnog, echter onvoldoende aanwijzing op van schending van enig contractueel beding dan wel onrechtmatig handelen van [A] in het licht van hetgeen hiervoor is overwogen.