ECLI:NL:RBNNE:2014:3508
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling correctie specifieke zorgkosten in inkomstenbelasting 2010
Eiser, een hartpatiënt die in 2010 een steunhart in Duitsland heeft laten aanbrengen, maakte in zijn aangifte inkomstenbelasting 2010 specifieke zorgkosten van €23.525 geltend. Na aftrek van het drempelbedrag werd €14.472 in mindering gebracht op het belastbaar inkomen. De Belastingdienst corrigeerde deze aftrek met €4.477, wat eiser betwistte.
De rechtbank stelt vast dat eiser niet betwist dat de kosten niet door de zorgverzekeraar zijn vergoed en dat de behandeling in Duitsland plaatsvond omdat in Nederland geen donateur beschikbaar was. Eiser voert aan dat de correctie onterecht is en dat de wetgeving onbillijk is, mede vanwege zijn persoonlijke situatie en bijdragen aan de Nederlandse staat.
De rechtbank oordeelt dat zij gebonden is aan de wet en geen ruimte heeft om de billijkheid van de wet te toetsen. Ook is er geen sprake van fiscale rechtsongelijkheid, omdat de verschillen in behandeling en vergoeding buiten het belastingrecht vallen. Het beroep tegen de aanslag en de heffingsrente wordt daarom ongegrond verklaard.
De uitspraak is gedaan door rechter M. van den Bosch op 3 juli 2014 te Groningen. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het beroep tegen de correctie van de aftrek specifieke zorgkosten en de heffingsrente wordt ongegrond verklaard.