ECLI:NL:RBNNE:2013:BZ2860
Rechtbank Noord-Nederland
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering op wachtgeld na ontbindingsvergoeding in kort geding
De werknemer [A] was sinds 1984 in dienst en raakte boventallig door een herstructurering bij VNN. Partijen kwamen overeen het dienstverband te beëindigen met een ontbindingsvergoeding van €320.432 bruto, inclusief finale kwijting. [A] stelde vervolgens aanspraak te maken op wachtgeld conform de CAO GGz, maar VNN weigerde dit.
In kort geding vorderde [A] betaling van het wachtgeld of een voorschot daarop. De kantonrechter oordeelde dat de aanspraken op wachtgeld tijdens de onderhandelingen en in de ontbindingsvergoeding waren verdisconteerd en dat [A] zijn rechten daarop had prijsgegeven. Stilzwijgende afstand van CAO-rechten is in principe niet mogelijk, maar hier was sprake van duidelijke afspraken en finale kwijting.
De kantonrechter wees de vordering af omdat onvoldoende aannemelijk was dat de bodemrechter een aanvullende aanspraak op wachtgeld zou toekennen. Tevens werd [A] veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak bevestigt dat ontbindingsvergoedingen CAO-rechten kunnen verdisconteren als daarover duidelijke afspraken zijn gemaakt.
Uitkomst: De vordering tot betaling van wachtgeld naast de ontbindingsvergoeding wordt afgewezen.