ECLI:NL:RBNNE:2013:BY8109
Rechtbank Noord-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening schorsing sluitingsbevel kinderdagverblijf wegens onbevoegdheid
Verzoekster exploiteert een kinderdagverblijf dat op 3 januari 2013 door verweerder, het college van burgemeester en wethouders van Heerenveen, werd bevolen te sluiten wegens tekortkomingen in de kwaliteit van de kinderopvang. Verzoekster maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat op grond van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (Wko) de bevoegdheid tot het geven van een spoedeisend bevel tot sluiting niet bij het college ligt, maar bij de directeur van de GGD, die als toezichthouder fungeert. Het college was daarom niet bevoegd het bestreden besluit te nemen.
Daarnaast was volgens de voorzieningenrechter geen sprake van een situatie die onmiddellijke sluiting rechtvaardigde, omdat de GGD al over voldoende informatie beschikte om handhavend op te treden en het college zelf ook een handhavingsbesluit had kunnen nemen. Het besluit op bezwaar kon het bevoegdheidsgebrek niet herstellen, zodat het bevel niet gehandhaafd kon blijven.
De voorzieningenrechter schorst het bestreden besluit tot twee weken na de beslissing op bezwaar en veroordeelt verweerder tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan verzoekster. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het bevel tot sluiting van het kinderdagverblijf wordt geschorst wegens onbevoegdheid van het college en het ontbreken van een spoedeisende situatie.