De rechtbank Noord-Nederland behandelde een geschil tussen uitzendbureau MF en inlener [X] over de vergoeding van kosten die MF maakte bij de beëindiging van het dienstverband van een ingeleende werknemer. MF vorderde betaling van deze kosten en incassokosten van [X].
Partijen waren overeengekomen dat een werknemer van MF bij [X] zou werken en dat beëindiging van het dienstverband alleen mogelijk was via een ontslagprocedure, waarbij de kosten voor rekening van [X] zouden komen. MF beëindigde het dienstverband met de werknemer in overleg en sloot een vaststellingsovereenkomst met diverse vergoedingen.
De rechtbank oordeelde dat [X] niet gehouden is alle kosten te vergoeden die MF maakte, omdat MF [X] niet bij de onderhandelingen betrok en [X] geen invloed had op de hoogte van de vergoedingen. Alleen kosten die redelijkerwijs ook zouden zijn ontstaan als [X] wel betrokken was geweest, komen voor vergoeding in aanmerking. De incassokosten werden slechts gedeeltelijk toegewezen wegens onvoldoende onderbouwing door MF.
MF werd veroordeeld tot betaling van € 500 incassokosten aan MF, terwijl de overige vorderingen werden afgewezen. MF werd veroordeeld in de proceskosten.